Duurzaamheid

De nieuwe taxonomie van de EU: hoe groen is groen?

Een analyse van de discussie over de nieuwe EU-taxonomie.

“Om de taxonomie nuttig te laten zijn, moet deze ecologisch robuust zijn bij het beschrijven van de economische keuzes die voor ons liggen” zo stelt Nathan Fabian, voorzitter van het Platform on Sustainable Finance in het rapport waarin ze de Europese Unie (EU) adviseren over de nieuwe EU-taxonomie. De EU-taxonomie is een classificatiesysteem waarmee wordt bepaald aan welke eisen een investering moet voldoen om ‘duurzaam’ of ‘groen’ te worden genoemd. Ook lid van het platform Sebastien Godinot stelt “de Commissie moet naar de wetenschap luisteren en afzien van haar voorstel om gas en kernenergie te greenwashen.”

Klimaat staat al jaren hoog op de politieke agenda en dit zal de komende jaren alleen maar toenemen. Veel wordt gedaan om de klimaatdoelen te halen en hierbij kunnen keurmerken en labels helpen, mits deze correct worden ingezet. Wanneer dit niet wordt gedaan, kan er sprake zijn van greenwashing en kunnen klimaatdoelstellingen worden ondermijnd.

Dat ook de EU zich dus bezighoudt met het tegengaan van greenwashing is niet verrassend. De afgelopen maand is echter een discussie ontstaan of de EU zich schuldig maakt aan greenwashing door een nieuwe taxonomie die greenwashing juist zou moeten tegengaan. Maar wat houdt greenwashing precies in? Wat betekent de nieuwe taxonomie? En maakt de EU zich echt schuldig aan greenwashing?

Wat is greenwashing?

‘Biologisch’, ‘natuurlijk’ of ‘duurzaam’; het zijn inmiddels bekende claims op producten. Men hoeft maar een winkel in te lopen en zal een overvloed aan verschillende keurmerken aantreffen. Deze labels kunnen voor consumenten een belangrijke afweging zijn om het product wel of niet te kopen. Toch blijken niet al deze keurmerken juist te zijn.

Er wordt gesproken van greenwashing – of in het Nederlands groenwassen – wanneer bedrijven of organisaties zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan zij daadwerkelijk zijn. Bedrijven hebben een zogenoemde corporate social responsibility. Dit zijn de vrijwillige acties die een bedrijf uitvoert bij het nastreven van zijn missie en het vervullen van de waargenomen verplichtingen naar belanghebbenden, waaronder werknemers, de directe omgeving, het milieu en de samenleving als geheel. Daarnaast profiteert een bedrijf hier zelf natuurlijk ook van, vanwege het positieve imago dat een bedrijf genereert door zich sociaal-maatschappelijk in te zetten. Het komt echter voor dat bedrijven doen alsof zij zich sociaal-maatschappelijk inzetten maar dit in werkelijkheid niet (helemaal) doen of slechts op één onderdeel in het gehele productieproces milieuvriendelijk zijn, terwijl de rest niet per definitie milieuvriendelijk is: greenwashing.

Wanneer men erachter komt dat een bedrijf zich schuldig maakt aan greenwashing, kan dit verschillende gevolgen hebben in de maatschappij, zoals toenemend consumentencynisme en wantrouwen. Greenwashing misleidt marktspelers en geeft geen passend voordeel aan bedrijven die zich wél inspannen om hun producten en activiteiten groener te maken terwijl dit juist wel beloond zou moeten worden. Het leidt bovendien uiteindelijk tot een minder groene economie. Niet alleen voor de consument is greenwashing misleidend, ook voor bedrijven zelf zijn er risico’s aan verbonden. Als het uitkomt dat een bedrijf zich schuldig maakt aan greenwashing kan dit leiden tot gezichtsverlies en imagoschade. Dit kan grote gevolgen hebben voor het bedrijf. Kortom, het is belangrijk dat greenwashing wordt tegengegaan.

De EU-taxonomie

Vanuit de EU zijn verschillende regels vastgesteld met betrekking tot greenwashing. Ook in de Green Deal wordt een suggestie gegeven om greenwashing tegen te gaan: bedrijven die ‘groene claims’ maken, moeten deze onderbouwen met een standaardmethodologie om hun impact op het milieu te beoordelen. In het 2020 Circular Economy action plan wordt vastgelegd dat de Commissie ook zal voorstellen dat bedrijven hun milieuclaims onderbouwen met behulp van methoden voor de ecologische voetafdruk van producten en organisaties.

In 2020 is een verordening aangenomen die onder andere greenwashing tegen moet gaan, ook wel aangeduid als de ‘taxonomie’. De EU-taxonomie is een classificatiesysteem van duurzame economische activiteiten, bedoeld voor gebruik door de private markt voor financieringen en bepaalt aan welke eisen een investering moet voldoen om ‘duurzaam’ of ‘groen’ te worden genoemd op basis van zes milieudoelstellingen. Deze doelstellingen zijn (1) Klimaatmitigatie (2) Klimaatadaptatie (3) Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen (4) Transitie naar een circulaire economie (5) Preventie en beheersing van vervuiling (6) Bescherming en het herstel van biodiversiteit en gezonde ecosystemen.

Andere zaken die in de verordening staan, zijn dat bedrijven niet iets duurzaams mogen doen, terwijl ze ook vervuilende activiteiten uitvoeren en dat grote bedrijven verplicht zijn te rapporteren hoeveel procent van hun activiteiten duurzaam is. Dit betekent dat bedrijven nauwelijks meer onder hun klimaatverplichtingen kunnen uitkomen middels greenwashing.

De EU-taxonomie zou ondernemingen, investeerders en beleidsmakers dus passende definities bieden voor wanneer economische activiteiten als ecologisch duurzaam kunnen worden beschouwd. Dit zorgt voor transparantie wanneer er over ‘duurzaamheid’ gesproken wordt en voorkomt dat private investeringen als duurzaam worden gekenmerkt, als deze eigenlijk niet in lijn zijn met de EU-milieudoelstellingen (als er sprake van greenwashing is). Op deze manier moet het de investeerders zekerheid bieden en beschermen tegen greenwashing. Bovendien moet het bedrijven helpen om klimaatvriendelijker te worden, marktfragmentatie tegengaan en investeringen helpen verschuiven naar waar ze het hardst nodig zijn. Het classificatiesysteem zou een belangrijke rol kunnen spelen om de EU te helpen duurzame investeringen op te schalen en de Europese Green Deal te realiseren.

Is er sprake van greenwashing?

De recente ontwikkelingen rondom de taxonomie roepen de vraag op in hoeverre greenwashing daadwerkelijk wordt tegengegaan. De Europese Commissie stelde in een conceptvoorstel dat kernenergie en gas (onder voorwaarden) als ‘groen’ worden bestempeld. De afgelopen maanden werd een politieke strijd gevoerd omdat Frankrijk kernenergie, en Polen en de Oost-Europese lidstaten gas wilden classificeren als een duurzame investering. Landen in Oost-Europa willen hun zwaar vervuilende kolencentrales namelijk vervangen door gascentrales, wat de reden is dat zij dit nu willen zien als ‘duurzaam’.  

De EU streeft ernaar greenwashing tegen te gaan en met een uniforme definitie van ‘duurzaam’ en ‘groen’ zou dit zeker moeten lukken. Met deze labels zou er echter enerzijds gesteld kunnen worden dat de EU zelf bijdraagt aan de misleidende duurzaamheidslabels. Onder andere directeur Magda Stoczkiewicz van de Europese tak van Greenpeace uitte al kritiek op het voorstel door te zeggen dat “vervuilende bedrijven erg blij zullen zijn dat ze het goedkeuringsstempel van de EU kunnen gebruiken om kapitaal aan te trekken om door te gaan met het verwoesten van de planeet.” Het opnemen van gas in de taxonomie zou bovendien in strijd zijn met de belofte van COP26 om subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen, stelde Europarlementariër Bas Eickhout: “Als Europa nu [gas] groen gaat noemen, dan kun je de 1,5 graad [beperking van de opwarming van de aarde zoals vastgesteld in het Akkoord van Parijs] vergeten.” Ook klimaatactiviste Greta Thunberg uitte haar kritiek.

Anderzijds moet deze classificatie genuanceerd worden. De taxonomie kent namelijk ook deelcategorieën, waaronder ‘transitie’. Hier vallen gas en kernenergie ook onder. De EU kenmerkt deze energievormen dus niet geheel als duurzaam. Er is natuurlijk wel een duidelijk verschil met bijvoorbeeld wind- en zonne-energie dat wel geheel in de categorie ‘duurzaam’ valt. Desalniettemin is het opmerkelijk dat er met zo’n duidelijk doel – in 2050 klimaatneutraal zijn – discussies kunnen ontstaan over de categorieën.

Het EU Platform on Sustainable Finance is door de Europese Commissie gevraagd om het concept te beoordelen. Door de expertise op het gebied van duurzaamheid samen te brengen uit het bedrijfsleven, de publieke sector, de industrie, de academische wereld, het maatschappelijk middenveld en de financiële sector bundelen zij hun krachten. Als een permanente deskundigengroep van de Europese Commissie zal het platform de Commissie bijstaan bij de ontwikkeling van haar beleid over duurzame financiering, met name de verdere ontwikkeling van de EU-taxonomie.

De experts weerleggen in hun rapport van 21 januari 2022 drie misvattingen die de Commissie noemt om de opname van gas en kernenergie te rechtvaardigen: dat de criteria streng zijn, dat ze gebaseerd zijn op wetenschap, en dat gas en kernenergie de groene transitie zullen helpen. Sebastien Godinot, Senior Economist van de WWF European Policy Office en lid van het Platform on Sustainable Finance, stelde: “[..] gas genereert enorme uitstoot en kernenergie creëert zeer radioactief afval waarvan we nog steeds niet weten hoe we ermee om moeten gaan. Het rapport van het Platform is een zoveelste waarschuwing dat noch gas noch kernenergie in de groene taxonomie van de EU mogen worden opgenomen. De Commissie moet naar de wetenschap luisteren en afzien van haar voorstel om gas en kernenergie te greenwashen.”

Toekomst van de taxonomie

Bij greenwashing wordt er gesteld dat een product, organisatie of bedrijf duurzaam is, terwijl dit in werkelijkheid niet zo is. Greenwashing is dus erg misleidend en de EU zou dan ook zelf zo transparant mogelijk moeten zijn en streng moeten toezien op greenwashing. Er kan niet gesteld worden dat de EU zich in de taxonomie daadwerkelijk actief schuldig maakt aan greenwashing, maar de recente ontwikkelingen zorgen er wel voor dat de beoogde transparantie niet wordt gerealiseerd.

Een alternatief zou bijvoorbeeld zijn om – zoals in een eerder stadium al was voorgesteld – meerdere duidelijke categorieën in te voeren zoals ‘groen’ (duurzaam), ‘bruin’ (niet duurzaam) en een tussenkleur waar de tussencategorieën (tijdelijk) geplaatst kunnen worden. Dit kan leiden tot een hogere transparantie, zonder twijfels over de ‘groene’ taxonomie. Zo is het voor investeerders, consumenten en andere belanghebbenden duidelijk dat groen ook echt groen is.

De EU zal zich de komende tijd dus, naar aanleiding van het rapport van de experts, opnieuw moeten buigen over deze kwestie. De komende maanden zal duidelijk worden welke vorm de taxonomie uiteindelijk zal aannemen.

Hanna Krijgsman van Spangenberg heeft een bachelor in Europese Studies van de Universiteit van Amsterdam met een major in Europese geschiedenis.

Beeld: Shutterstock

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *