Environmental Justice

Waar is de Europese Environmental Justice beweging?

De relatie tussen klimaatverandering, racisme en sociale ongelijkheid.

Ons verhaal begint in Warren County, een klein deel van de Amerikaanse staat North Carolina in het jaar 1982. In de jaren ’80 had Warren een populatie van 16.232 mensen en stond het vooral bekend om haar rol in de historische tabaks- en katoenindustrie die in voorgaande eeuwen booming business betekende voor het gebied. Het Warren van de twintigste eeuw was echter een weinig opmerkelijk deel van de Verenigde Staten. Dat was, totdat Warren van de een op de andere dag het middelpunt werd van een mediacircus. 

David vs. Goliath 

Dit had alles te maken met een beslissing die eerder was genomen door het bestuur van de staat North Carolina om Warren aan te wijzen als de locatie voor een nieuwe vuilnisbelt. Dit was op zichzelf niet nieuwswaardig, maar een interessant detail van de nieuwe vuilstortplaats is dat ze van plan waren om ook grond op te slaan die vervuild was geraakt met polychloorbifenyl. Deze stof, beter bekend onder de afkorting PCB, is een giftige stof die mede door illegaal dumpen van afval in de bodem terecht kan komen en enorme schade aan kan richten aan gezondheid en milieu. Na het saneren van de vervuilde gebieden moet de afgegraven grond ergens heen en na lang zoeken was Warren aangewezen als de perfecte locatie om de PCB grond op te slaan.

Misschien dat de woorden ‘tabaks- en katoenindustrie’ al een hint waren, maar Warren was, en is vandaag de dag nog steeds, de woonplaats van een grote Afro-Amerikaanse gemeenschap. De census van 1980 laat zien dat toendertijd 66% van de inwoners van Warren Afro-Amerikaans was  en dat het gemiddelde jaarinkomen van gezinnen rond de $10.367 lag (dit bedrag staat anno 2021 tegenwoordig gelijk aan $33.354). Warren was dus een gebied waar vooral armere gezinnen woonden die vaak ook nog eens onderdeel waren van een etnische minderheid. In Amerikaanse gemeenschappen heerste al langer het gevoel dat factoren als ras en inkomen een grote rol speelden bij beslissingen die betrekking hebben op ruimtelijke ordening; eenzelfde vuilstortplaats zou bijvoorbeeld nooit in een witte suburb worden geplaatst. De beslissing van de staat om zo een gevaarlijke locatie te plaatsen midden in een minderhedengemeenschap zorgde voor enorme verontwaardiging in Warren die leidde tot protesten. Wekenlang was Warren het toneel van demonstranten en journalisten, waarbij uiteindelijk meer dan 500 mensen zijn opgepakt. Dit heeft uiteindelijk niet geleid tot het wegblijven van de vuilnisbelt; die zou worden gebouwd en bleef bestaan tot 2004. 

Het protest in Warren was zeker niet de eerste keer dat mensen aanvoelden dat er een verband zou kunnen bestaan tussen milieuvervuiling enerzijds en sociale en raciale ongelijkheid anderzijds. Lokale groepen uit soortgelijke plaatsen als Warren hadden al lang voor het protest van 1982 geprotesteerd tegen de vervuiling van hun gemeenschappen. Al decennialang heerste het geloof dat factoren als inkomen en raciale achtergrond een motivatie zouden zijn om bepaalde woonwijken aan te wijzen als locaties voor het opslaan van giftig afval en andere gevaarlijke industriële activiteiten. Geloven was een ding, echter het bewijzen een tweede stap die tot 1982 ver weg leek. 

Het begin van een beweging

Wat het verhaal van Warren zo bijzonder heeft gemaakt is het feit dat het protest en de boodschap van de demonstranten landelijke media-aandacht had gekregen. Andere gemeenschappen die iets soortgelijks hadden meegemaakt voelden zich gesterkt door de protesten in Warren en dit resulteerde in het samenkomen van deze lokale groepen in één grote beweging: de Environmental Justice Movement (EJM). Dit gaf deze gemarginaliseerde gemeenschappen de macht om hun boodschap op de politieke agenda van het land te zetten en gaf de aanzet tot wetenschappelijk onderzoek naar het verband tussen aantasting van het milieu, racisme en sociale ongelijkheid. Het duurde niet lang voordat er wetenschappelijk bewijs voor dit verband werd gevonden. Onderzoek na onderzoek toonde aan dat de EJM gelijk had: sociale status en raciale achtergrond blijken de twee belangrijkste factoren te zijn als het aankomt op milieuschade en vervuiling in woonwijken. Hoe armer een wijk is en hoe meer minderheden er wonen, des te vervuilder de leefomgeving is. Met andere woorden: mensen die uit een gemarginaliseerde groep binnen de samenleving komen lopen meer risico om de negatieve gevolgen te ervaren van milieuvervuiling. Met alle gevolgen van dien.

Tegenwoordig is Environmental Justice een begrip geworden in de VS. Environmental Justice (of ‘milieurechtvaardigheid’ in het Nederlands) is een veelomvattend concept dat omschreven wordt als: 

‘de eerlijke behandeling en zinvolle betrokkenheid van alle mensen, ongeacht ras, etniciteit, inkomen, nationale afkomst of opleidingsniveau, bij de ontwikkeling, uitvoering en handhaving van milieuwetgeving, -regelgeving en -beleid.’

De EJM heeft ingezien dat de bias tegen armere gemeenschappen en minderheden alleen gestopt kan worden als deze mensen een stem krijgen en actief kunnen meedenken en beslissen over beleid dat betrekking heeft op milieu en het bestrijden van klimaatverandering. EJM zelf heeft de afgelopen decennia een enorme achterban gegenereerd; er zijn talloze boeken geschreven over het fenomeen, op meerdere Amerikaanse universiteiten kan je er een hele opleiding over volgen en er wordt aandacht besteed aan klimaatrechtvaardigheid bij het opstellen van nieuw klimaatbeleid. Iedere Amerikaan is zich tot op zekere hoogte bewust van de oneerlijke relatie tussen milieuschade en sociale achtergrond. Hetzelfde kan echter niet gezegd worden van Europeanen. Binnen Europa is klimaatverandering en de aantasting van het milieu al jaren een hot topic. Zeker sinds de aankondiging van de Green Deal is duurzaamheid een prioriteit geworden van de Europese Commissie. Maar het besef dat klimaatverandering sommige mensen harder raakt dan anderen is maar in beperkte mate doorgedrongen op het Europese continent. 

Dankzij het uitgebreide onderzoek dat over dit onderwerp is gedaan aan de andere kant van de oceaan weten we inmiddels hoe de relatie tussen klimaatverandering en sociale ongelijkheid in elkaar steekt. Simpel gezegd zijn er drie grotere ontwikkelingen gaande op dit gebied:

  1. Gemarginaliseerde groepen ervaren (zoals Warren heeft laten zien) een grotere blootstelling aan de gevolgen van milieuvervuiling en klimaatverandering.
  2. De gevoeligheid voor deze blootstelling wordt alleen maar groter de komende jaren vanwege de erger wordende gevolgen van klimaatverandering wat het steeds moeilijker maakt om hier weer bovenop te komen.
  3. Klimaatbeleid draagt in veel gevallen bij aan het versterken van sociale ongelijkheid binnen en tussen landen.

Ademen is een luxe 

Ook in Europa lopen gemarginaliseerde groepen een groter risico om geconfronteerd te worden met de negatieve effecten van een vervuilde leefomgeving. De meest kwetsbare bevolkingsgroepen wonen stelselmatig in gebieden met een lage milieukwaliteit. Denk maar aan woonwijken die naast snelwegen staan of vlakbij industriële gebieden. Dit heeft enorme impact op de gezondheid en levenskwaliteit van de bewoners aangezien de luchtkwaliteit van deze wijken laag is. Tegelijkertijd zijn dit hetzelfde wijken waar het gemiddelde inkomen stelselmatig lager is dan dat van Jan Modaal. Dat wonen in dit soort wijken vergaande gevolgen kan hebben blijkt wel uit de cijfers die door het Longfonds naar buiten zijn gebracht. In Nederland wordt één op de vijf gevallen van astma bij kinderen veroorzaakt door luchtvervuiling en 10% van de gevallen van longkanker onder Nederlanders lijkt eenzelfde oorzaak te hebben. 

Wat voor serieuze gevolgen dit kan hebben blijkt uit het verhaal van de zesjarige Noëlle dat deze week in de Nederlandse media werd gepubliceerd. Noëlle is astmapatiënt, maar haar situatie verslechterde sterk toen ze na de scheiding van haar ouders met haar moeder van Rotterdam naar Rozenburg verhuisde, een dorp dat zich bevindt in het Rotterdamse havengebied. Haar moeder geeft in een interview in Trouw aan hoe blij ze was dat ze een sociale huurwoning wist te vinden in de regio Rijnmond, want door de huidige crisis op de Nederlandse huizenmarkt is dat een wonder te noemen. Het dorp wordt aan beide kanten ontsloten door de havenindustrie en snelwegen wat sterk bijdraagt aan de slechte luchtkwaliteit in de omgeving. Sinds de verhuizing naar Rozenburg is haar astma sterk verergerd en is Noëlle zelfs drie keer op de intensive care belandt na een ernstige astma-aanval. Mede door de lockdown ten gevolge van Corona en het langdurige thuisblijven zijn haar artsen erachter gekomen dat Noëlle’s heftige reactie wordt veroorzaakt door luchtvervuiling: telkens wanneer Noëlle werd opgenomen was er sprake van verhoogde stikstofgehaltes in de lucht rondom Rozenburg. 

Verhalen zoals die van Noëlle staan niet op zichzelf. In 2013 overleed in London de negenjarige Ella Kissi-Debrah aan de gevolgen van een heftige astma-aanval die ook werd veroorzaakt door luchtvervuiling. Deze specifieke aanval vond plaats toen op dat moment in haar woonplaats, de slechtste luchtkwaliteit ooit werd gemeten. Later onderzoek wees uit dat iedere keer dat Ella werd opgenomen in het ziekenhuis met ademhalingsproblemen, op één keer na, er sprake was van verhoogde niveaus van fijnstof in de lucht, in totaal 27 keer. Ella’s moeder spande een rechtszaak aan om haar doodsoorzaak officieel te laten aanpassen van ‘ademhalingsfalen’ naar ‘luchtvervuiling’ die ze eind vorig jaar heeft gewonnen. Dit maakt haar de eerste persoon in de wereld die officieel is overleden aan de gevolgen van luchtvervuiling. De lijkschouwer die het rapport over Ella’s dood schreef noemde haar ‘een kanarie in een koolmijn’. Haar dood is in zijn ogen een waarschuwing voor iedereen die in vervuilde gebieden woont. Wat Ella en Noëlle met elkaar gemeen hebben naast astma is dat ze allebei een migratieachtergrond hebben en in wijken woonden met overwegend sociale huurwoningen gericht op het lagere woonsegment. 

De laatste jaren is mede door verhalen als die van Ella en Noëlle ook in Europa meer aandacht gekomen voor de relatie tussen sociale ongelijkheid, milieuvervuiling en de impact hiervan op mensen, maar een grote beweging zoals de EJM in Amerika ontbreekt hier anno 2021 nog steeds. Het gebrekkige bewustzijn binnen Europa over Environmental Justice zorgt er mede voor dat de link tussen gezondheid en een verslechterende leefomgeving vaak gemist wordt. Dit betekent dus ook dat er nog weinig concreets wordt gedaan om gemarginaliseerde mensen in het bijzonder te beschermen tegen de degradatie van hun leefomgeving. 

De rol van de overheid 

Tegelijkertijd is de EU hard op weg om de frontrunner te worden op het gebied van duurzaamheid en hebben Europese landen op nationaal niveau al flinke stappen gezet om klimaatverandering tegen te gaan. Maar onderzoek over Environmental Justice heeft ook aangetoond dat beleid om de gevolgen van klimaatveranderingen te beperken juist kan bijdragen aan sociale ongelijkheid. Hoe zit dat dan? Laten we elektrische auto’s als voorbeeld nemen. 

Overal in de EU hebben nationale en lokale overheden beleidsmaatregelen genomen om de drempel voor consumenten om elektrische voertuigen aan te schaffen te verlagen. Je kan denken aan aankoopsubsidies, belastingvoordelen, vrijstellingen van parkeertarieven, gereserveerde parkeerplaatsen, gratis installatie van oplaadpunten, enzovoort. Nederland is een van de vele landen die elektrische auto’s voor consumentengebruik subsidieert. Voor de periode 2020 – 2025 is in totaal €14.608.000 beschikbaar gesteld voor mensen die de overstap maken van brandstof naar elektrisch. Voor een nieuwe elektrische auto krijgt iemand een subsidie van €4000 en als de auto tweedehands is ontvang je de helft van dat bedrag. Een voorwaarde van de subsidie echter is dat de auto een minimumprijs heeft van €12.000. Uit een onderzoek is gebleken dat alleen de rijkste 21% van het land het zich kan veroorloven een elektrische auto te kopen en van de subsidie kan profiteren. De Nederlandse regering wil milieuvriendelijker gedrag stimuleren, maar heeft een groot deel van haar eigen burgers uitgesloten van de mogelijkheid om deel te nemen aan deze plannen. Daarnaast hebben deze burgers via belastingen wel indirect bijgedragen aan de subsidie, maar ze kunnen er zelf dus niet van profiteren. 

Dit voorbeeld met de elektrische auto’s is geen incidenteel voorval. Feit is dat hogere inkomensgroepen doorgaans betere toegang hebben tot milieuvoordelen, van subsidies tot belastingvoordelen. Daar komt nog bij dat de rekening van dit beleid ook onevenredig wordt betaald door dezelfde mensen die geen profijt hebben van het bestaan ervan. Op dit moment draagt de onderste 10% van de Nederlandse huishoudens 3,5 keer zoveel van hun besteedbaar inkomen bij aan milieubeleid dan hogere inkomensgroepen (5,1% versus 1,5%). Dit verschil zal naar verwachting nog groter worden met de invoering van meer milieubeleid. In 2050 zal de rijkste tien procent naar verwachting 10.2% van het besteedbaar inkomen kwijt zijn aan kosten die voortvloeien uit milieubeleid, terwijl de armste tien procent 17.1% van het besteedbaar inkomen aan deze kosten ziet opgaan. 

Hoe nu verder? 

De EU heeft gelukkig ook ingezien dat het bestrijden van een milieucrisis niet gepaard mag gaan met het veroorzaken van een sociale crisis. Een belangrijk onderdeel van de Green Deal is het zogenaamde Just Transition Fund. Dit fonds – dat een duizelingwekkende €17.5 miljard tot z’n beschikking heeft – is bedoeld om kwetsbare gemeenschappen te beschermen tegen de economische gevolgen van de transformatie van vervuilende sectoren. Het is nog maar de vraag of dit bedrag kan bijdragen aan het dichten van de sociale kloof. Aan het einde van de dag blijven de lidstaten verantwoordelijk voor het aanboren van het fonds en het opstellen van een transitiestrategie. Wanneer regeringen onvoldoende op de hoogte zijn van het effect dat klimaatbeleid kan hebben op de sociale ongelijkheid in hun land, kan het zo zijn dat die €17.5 miljard heel gauw aan effectiviteit verliest. Wellicht dat het tijd wordt om 39 jaar na de demonstraties in Warren ook hier in Europa het debat over de relatie tussen sociale ongelijkheid, racisme en milieuvervuiling fatsoenlijk te openen. 

Linda den Bol heeft een Bachelor in Geschiedenis van de Radboud Universiteit en is momenteel bezig met het behalen van haar dual Masters degree in Europees beleid van de Masaryk Universiteit en Utrecht Universiteit.

Afbeelding: Shuttershock

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *