Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Doet Europa de vegaburger in de ban?

Veggie burger

De gevolgen van amendement 165 en amendement 171. 

Amandeldrink, kipstuckjes, plantaardige kwark, vegan reepjes. Het zijn allemaal namen van producten die we onder de noemer ‘plantaardige alternatieven’ kunnen scharen. Deze alternatieven, of vervangers zoals ze ook genoemd worden, zijn tegenwoordig niet meer weg te denken uit de supermarkt: veganisme is hot. Meerdere supermarktketens in Nederland investeren dan ook in het uitbreiden van dit plantaardige assortiment. De stijgende populariteit van deze producten is inmiddels ook doorgedrongen tot het politieke speelveld. Het leidde onder andere tot een poging van het aanscherpen van de regels rondom de benaming van plantaardige alternatieven op vlees en zuivel binnen de Europese Unie. In oktober vorig jaar werd namelijk door het Europees Parlement gestemd over onder meer amendement 165 en amendement 171, beide bedoeld om het beleid rondom naamgeving van vlees- en zuivelproducten aan te scherpen. Hoe zit dit beleid in elkaar en wat zijn de gevolgen van deze amendementen in de praktijk? En wat zijn de reacties van belanghebbende partijen hierop?  

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Amendement 165 en 171 zijn wetswijzigingen die respectievelijk betrekking hebben op de benaming van vleesvervangers en zuivelvervangers. Beide zijn bedoeld als aanpassing van de Verordening Gemeenschappelijke Marktordening voor Landbouwproducten, ofwel de GMO Landbouwproducten (Verordening nr. 1308/2013). 

Deze verordening is onderdeel van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en harmoniseert alle landbouwproducten op de Europese markt. In de praktijk heeft dit als gevolg dat in alle lidstaten min of meer dezelfde regels gelden rondom landbouwproducten, waaronder de benaming. In deze verordening, die sinds 2013 van kracht is, zijn namelijk specifieke definities, aanduidingen en verkoopbenamingen van producten binnen een aantal landbouwsectoren vastgesteld. Dit betreft de benaming van vlees en zuivel, maar ook van wijnproducten, eieren en oliën. Deze benamingen zijn tot in detail vastgesteld, net als de vereiste kenmerken waaraan de producten moeten voldoen om een bepaalde naam te mogen dragen.

In 2019 publiceerde de Commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling van het Europees Parlement een verslag waarin verschillende aanpassingen werden voorgesteld op het huidige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Deze aanpassingen zullen vervolgens onderdeel worden van het nieuwe landbouwbeleid dat zijn intrede zal doen in 2021. Naast dat het verslag aanscherpingen op bijvoorbeeld de benaming en verpakking van alcoholvrije wijnen aandroeg, waren het toch vooral amendement 165 en amendement 171 die veel stof lieten opwaaien.

#Schnitzelgate 

Amendement 165 draagt een volledig nieuw punt aan dat onderdeel zou moeten worden van de verordening, de zogenaamde ‘veggie burger ban’. Buiten dat het de definitie van ‘vlees’ uitdiept, schrijft het voor dat “benamingen die […] momenteel worden gebruikt voor vleesproducten en vleesbereidingen, uitsluitend mogen worden gebruikt voor producten die vlees bevatten.” Voorbeelden van benamingen die daarbij genoemd worden zijn steak, worst, schnitzel, burger en hamburger. Wanneer dit amendement zou worden aangenomen, zou dat dus betekenen dat een vega-alternatief van een hamburger geen vegaburger meer mag heten en dat ook creatieve spellingswijzen, zoals ‘gehackt’, in plaats van gehakt, van de baan zijn. Het gaat hier enkel om de benaming, het uiterlijk van een product mag nog wel lijken op dat van het echte stukje vlees. De benamingen van vlees zouden hiermee beschermd worden en daarbij zou de consument beschermd worden tegen verwarring. Volgens Éric Andrieu, EU rapporteur van de Commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling, zouden alternatieven op vlees een naam moeten krijgen die toepasselijker is, zodat mensen weten wat ze op hun bord hebben liggen. In dat geval zou een steak enkel nog afkomstig kunnen zijn van een dier en een plantaardige vervanger, met een passende naam, enkel nog van planten.  

Het amendement zorgde voor een reactie van de kant van de producenten van deze vegaburgers en -worstjes. In de vorm van een ‘visuele petitie’ sprak onder andere producent De Vegetarische Slager zich uit tegen dit verbod. Aan de hand van de hashtag ‘schnitzelgate’ konden mensen op Instagram hun beklag doen over deze wetswijziging. Op de website van De Vegetarische Slager valt te lezen dat zij niet geloven dat hun producten verwarrend zijn. De benaming van de producten, met daarin een verwijzing naar het dierlijke product, zou enkel bedoeld zijn om de consument te informeren wat men kan verwachten. Ook ProVeg, een internationale organisatie die plantaardige voeding promoot, schreef een Europese petitie uit die ruim 270.000 keer is getekend. In zekere zin kunnen we stellen dat al deze moeite niet voor niks is geweest, aangezien het Europees Parlement uiteindelijk tegen het amendement stemde. Dit betekent dat vleesvervangers nog steeds vernoemd mogen worden naar hun dierlijke tegenhangers en we nog steeds kunnen genieten van een pasta zonder gehakt, maar wel met gehackt.  

Pindakaas en kokosmelk

Het amendement dat gaat over de benaming en vormgeving van plantaardige zuivelvervangers, amendement 171, is daarentegen wel aangenomen door het Europees Parlement. Dit amendement zit iets anders in elkaar dan de vorige en voegt iets toe aan een al bestaand verbod in plaats van dat het een verbod introduceert. Met de GMO Landbouwproducten werd namelijk al bepaald dat plantaardige alternatieven niet direct de naam mogen dragen van de zuivelproducten waar ze op horen te lijken. Dit verklaart waarom je in de supermarkt geen havermelk of sojayoghurt in de schappen ziet staan, maar haverdrink en soja plantaardige variatie op yoghurt. Iedere lidstaat heeft in dit geval wel de mogelijkheid om hier uitzonderingen op te maken. Zo mogen wij Nederlanders nog steeds pindakaas op onze boterham smeren en kunnen we ook gewoon kokosmelk en cacaoboter in ons winkelmandje leggen.

In 2017 werd dit bestaande verbod opnieuw benadrukt door de TofuTown rechtszaak. De Duitse producent werd voor het Europese Hof van Justitie gesleept door het eveneens Duitse Verband Sozialer Wettbewerb. Dit verband, dat zich na eigen zeggen inzet tegen oneerlijke concurrentie, claimde dat TofuTown met benamingen zoals ‘veggie cheese’ zich niet aan de Europese richtlijnen voor zuivelbenamingen hield. Op basis van de GMO Landbouwproducten stelde het Europese Hof het Verband Sozialer Wettbewerb in het gelijk en bepaalde hiermee dat TofuTown de naam moest aanpassen. Op de verpakkingen van merken die onder TofuTown vallen staat daarom nu niet meer het woord ‘cheese’ maar, in het geval van het merk Soyatoo, woordspelingen zoals ‘she’s swiss’ en ‘she’s moza’.

Als er al zoveel regels zijn omtrent zuivelproducten in de EU, wat moet amendement 171 dan toevoegen dat het zoveel heisa veroorzaakt? Naast dat de zuivelbenamingen dus al niet gebruikt mogen worden, wordt het de producenten nu ook moeilijker gemaakt op het gebied van presentatie en vormgeving van hun product. Zo zouden de benamingen worden beschermd tegen “elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling” en “elke andere handelsaanduiding of -praktijk die de consument kan misleiden aangaande de werkelijke aard of samenstelling van het product”. Dit zou dus betekenen dat de eerder genoemde benaming ‘plantaardig alternatief op yoghurt’ verboden zou worden en dat haverdrink niet meer in een verpakking mag zitten die op een melkpak lijkt. 

Ook dit amendement zorgde voor verschillende reacties van belanghebbende partijen. Nog voordat er werd gestemd in oktober, publiceerden ruim dertig partijen waaronder Unilever en Nestlé een brief aan de leden van het Europees Parlement met daarin het verzoek om zowel tegen amendement 165 als amendement 171 te stemmen. Volgens deze partijen zouden de aanscherpingen de ontwikkeling van de plantaardige voedselsector in de weg zitten, terwijl deze sector juist als doel heeft om mensen gezondere keuzes te laten maken. Ook tegen amendement 171 werd door ProVeg een petitie uitgeschreven die inmiddels door ruim 300.000 mensen is getekend. Een reactie voor het amendement kwam vanuit de overkoepelende associatie van de Europese zuivelindustrie, verenigd onder de noemer European Dairy Association (EDA). Zij publiceerden op 9 februari 2021 een bedankbrief aan de eerder in het artikel genoemde rapporteur Éric Andrieu. Volgens hen zal dit amendement de naam en status van zuivelproducten beschermen en met deze brief willen zij dan ook hun dankbaarheid tonen.

Game over?

Betekent dit nou een overwinning voor de vleesvervangers en einde oefening voor de zuivelvervangers? Nee. Hoewel het onwaarschijnlijk is dat amendement 165 een comeback gaat maken, is het definitieve lot voor de plantaardige zuivelalternatieven nog niet vastgesteld. Wat nu namelijk volgt zijn de onderhandelingen tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad als onderdeel van de afronding van de Gemeenschappelijke Landbouwbeleid-onderhandelingen en daarmee ook de definitieve uitkomst van het verslag. De Europese Commissie of de Europese Raad zouden kunnen beslissen dat de aanscherping overbodig is. In dat geval zou amendement 171 alsnog van tafel geveegd kunnen worden en zouden we, in ieder geval voor nu nog, haverdrink uit een kartonnen pak kunnen drinken in plaats van bijvoorbeeld een bloempot.

Esmee Slutter heeft Geschiedenis gestudeerd aan de Radboud Universiteit en en heeft zich gespecialiseerd in Europese culturele geschiedenis. Op het moment is ze bezig met het behalen van haar bachelor in Russische Studies aan de Universiteit Leiden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *